Amsterdam kleurt niet alleen oranje: 'Het WK maakt verschillen zichtbaar die anders geen rol spelen'
In dit artikel:
Amsterdam kleurt tijdens het WK veelkleurig: inwoners hebben wortels in alle 48 deelnemende landen en de stad telt meer dan 177 verschillende nationaliteiten. Voor veel Amsterdammers is de vraag “Voor wie ben jij?” rondom toernooien echter dubbelzinnig en soms ook onaangenaam, omdat zij zich met meerdere landen verbonden voelen.
Als voorbeeld staat Hassan Azehaf (37) uit Nieuw-West centraal: hij verhuisde op zijn elfde naar Nederland, heeft langer in Amsterdam gewoond dan in Marokko en noemt zichzelf iemand die in twee werelden leeft. Hij bekent eenvoudig: als Marokko speelt, juicht hij voor Marokko, als Nederland speelt, voor Nederland. Hoogleraar Gijsbert Oonk vergelijkt het dilemma met het vragen aan een kind om te kiezen tussen moeder en vader: meervoudige loyaliteit is geen keuze maar een werkelijkheid voor veel mensen met migratieachtergrond.
Concreet beeld: volgens de dienst Onderzoek & Statistiek wonen er in Amsterdam onder meer 79.365 mensen met Marokkaanse wortels, 47.430 met Turkse en 14.730 met Ghanese roots. Ook supporters van Brazilië, Iran, Irak, Colombia en zelfs het debuterende Kaapverdië zijn in de stad talrijk vertegenwoordigd. Socioloog Tobias Stark wijst erop dat opgroeien in twee culturen ook voordelen heeft — sneller schakelen, bredere blik — een concept dat in de wetenschap wordt aangeduid als “multicultural strengths”. Het knelpunt ligt vaak in de omgeving: tijdens het WK wordt iemands achtergrond extra benadrukt, waardoor er nieuwe of scherpere scheidslijnen ontstaan.
Die nadruk komt deels door psychologische dynamieken rond competitie: sociale identificatie versterkt groepsbinding, en contra-identificatie kan leiden tot uitsluiting of afzetten tegen “de ander”. Oonk noemt de standaardvraag naar nationale voorkeur een rest uit nationalistische tijden — een soort oorlogsvraag — en waarschuwt dat journalisten en de publieke verbeelding nog vaak in nationale kaders denken, terwijl steden als Amsterdam al decennialang veel diverser zijn.
Tegelijk ziet Oonk ook mogelijkheden: sport kan verbinden en werkt goed als gespreksstarter in plaats van als loyaliteitstest. Wedstrijden kunnen contacten en gesprekken openen, zoals eerdere ontmoetingen waar voetbal als brug fungeerde. Voor wie wil, zijn er tijdens het toernooi in Amsterdam diverse plekken om samen te kijken: Studio Diaspora organiseert kijkavonden in Studio Wieman en De Klaproos voor wedstrijden van onder meer Turkije, Marokko, Curaçao, Kaapverdië, Egypte en Senegal (gratis, wel tickets nodig); de Meervaart zendt ook wedstrijden uit; en in Osdorp functioneert Sky Palace als Marokkaanse kijkzaal met bijpassende hapjes en drankjes.
Kortom: het WK legt bestaande meervoudige identiteiten bloot en dwingt mensen soms in een keuze die zij niet voelen te moeten maken. Tegelijk biedt het toernooi kansen om die diversiteit zichtbaar te maken en als uitgangspunt te gebruiken voor ontmoeting en gesprek.