FIFA-baas Gianni Infantino noemt peperdure WK-tickets 'marktconform'
In dit artikel:
Gianni Infantino, voorzitter van de FIFA, verdedigt de hoge prijzen voor kaartjes voor het WK 2026 in de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Tijdens een conferentie in Beverly Hills benadrukte hij dat de ticketprijzen marktconform zijn binnen een sterk ontwikkelde entertainmentsector en dat enorme vraag de prijzen verder opstuwt. De FIFA meldt ruim 500 miljoen aanvragen voor tickets — ver boven de circa 50 miljoen bij de voorgaande twee WK’s — en het duurste kaartje voor de finale op 19 juli kost nu ongeveer 11.000 dollar, tegen circa 1.600 dollar voor de finale in Qatar 2022. Op de doorverkoopmarkt werden vorige week vier kaarten voor de finale te koop gezet voor meer dan 2 miljoen dollar per stuk; Infantino wees erop dat dat niet betekent dat zulke bedragen daadwerkelijk betaald zullen worden. Hij voegde er met een knipoog aan toe: "En als iemand een ticket voor de finale koopt voor 2 miljoen dollar, dan breng ik hem persoonlijk een hotdog en een cola."
Tegelijkertijd is er kritiek en praktische tegenwind. Consumentenorganisaties Euroconsumers en Football Supporters Europe hebben formeel klacht ingediend bij de Europese Commissie over wat zij noemen "buitensporige prijzen" en oneerlijke aankoopvoorwaarden. Ook kampen hotels in de Amerikaanse speelsteden met tegenvallende boekingen: een enquête van de American Hotel & Lodging Association laat zien dat 80% van de hoteliers achterblijft bij de verwachtingen. Redenen zijn onder meer vrees voor strenge visumprocedures, hoge reiskosten en geopolitieke zorgen; daarnaast blijken veel kamers die FIFA gereserveerd had, uiteindelijk ongebruikt te blijven.
Kortom: hoge vraag en een actieve secundaire markt drijven de ticketprijzen op, terwijl consumentenorganisaties en de lokale hotelbranche zorgen uiten over betaalbaarheid, toegankelijkheid en economische effecten voor de gaststeden.