Voetbal kan voor euforie zorgen, maar dit WK heeft iets treurigs | DVHN commentaar
In dit artikel:
Donderdag begint in Mexico-Stad het 26e WK voetbal, met Mexico tegen Zuid-Afrika als openingswedstrijd. Het toernooi wordt gepresenteerd als het grootste ooit: meer wedstrijden, meer steden en meerdere landen — een ontwikkeling die goed past bij de commerciële ambitie van de FIFA om inkomsten te maximaliseren.
In een papieren bijlage van 22 oktober kwamen achtergronden aan bod: bij elkaar opgeteld hebben de Fransen de hoogste transferwaarde, gevolgd door Engeland en Spanje; Nederland staat zevende. Die marktkoersen kunnen tijdens het toernooi flink bewegen. Ook viel het toenemende gewicht van data op: spelers worden in cijfers teruggebracht, technologiebedrijven slijten er gadgets mee en coaches gebruiken die informatie om wedstrijden te sturen — kortom, individuele sporters raken steeds meer gecommodificeerd.
Tegelijkertijd waren tijdens de oefenwedstrijden van Oranje boodschappen tegen uitsluiting zichtbaar op de borden. Dezelfde dag publiceerde de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme haar eindrapport over de verontrustende situatie in Nederland en het Caribisch gebied. Het rapport, dat minder aandacht kreeg dan een blessure van doelman Bart Verbruggen, legt de systematische uitsluiting bloot op basis van huidskleur, afkomst, handicap, seksuele voorkeur en leeftijd.
Met torenhoge ticketprijzen en maatregelen die supporters uit Iran en enkele Afrikaanse landen buiten houden, krijgt dit WK al voor de aftrap een treurige, ongelijkmakende lading — ondanks de verbindende kracht van sport.